Column | Bas van Brecht 🇸🇪
Bas van Brecht is een Nederlander in Zweden. Oprichter van The Nordic Dutchman en vader van Anna en Sam. Hij struint bossen, meren en bergen af op zoek naar verhalen, maar ligt net zo lief op de bank met een Scandinavisch boek of de nieuwste Nordic noir. In deze column deelt hij zijn bevindingen.
Abonneer je op onze nieuwsbrief om elke maand de nieuwste column van Bas in je mailbox te ontvangen.
Zweden is de ultieme bestemming voor introverte mensen. Tenminste, dat stelt toeristenorganisatie Visit Sweden in een nieuwe, ludieke campagne. Nergens kun je comfortabeler je batterij opladen, zo beloven ze.
Nu is de tweedeling introvert-extravert natuurlijk wat platgeslagen. Maar mensen houden nu eenmaal van hokjes. Kijk alleen al naar de populariteit van de Zweed Thomas Erikson, die miljoenen mensen in een kleur doopte. ‘Jij bent echt heel blauw.’ ‘Nee hoor, ik ben rood, met een vleugje geel.’ Regenbogen bestaan niet in Eriksons universum.
Maar goed. Na zes jaar in Zweden moet ik Visit Sweden ruiterlijk gelijk geven: dit land biedt letterlijk en figuurlijk meer ruimte aan mensen die gesteld zijn op hun persoonlijke rust.
“Je bent eigenlijk een Zweed”, zegt mijn lief regelmatig, verwijzend naar mijn bij momenten wat mensenschuwe aard. En inderdaad: net als de Zweden in de Visit Sweden-campagnevideo kan ik er met mijn hoofd niet bij als iemand in een vrijwel lege metro besluit pal naast of tegenover me te gaan zitten. Er moet toch iets ongelooflijk mis zijn met iemand om uit al die beschikbare stoelen precies díé te kiezen.
Ook in het trappenhuis van mijn appartementengebouw ben ik inmiddels een toonbeeld van succesvolle integratie. Meestal kan ik ongehinderd van de derde verdieping naar beneden stuiven. Maar zo nu en dan slaat de schrik me om het hart wanneer ik mijn voordeur open en, exact op hetzelfde moment, een verdieping lager ook een deur hoor opengaan.
In een nanoseconde beslis ik: vries of vlucht.
Meestal kies ik voor vriezen en blijf ik met de deurklink in mijn hand staan als een Madame Tussauds-versie van mezelf. Luister met ingehouden adem in de doodse stilte. Had ik het verkeerd gehoord? Is de kust veilig?
Dan hoor ik ineens het zachte geritsel van een jas. Hij of zij staat daar nog.
Een patstelling.
De benedenbuur heeft het strategische voordeel. Zodra ik me beweeg, is een ontmoeting onvermijdelijk. Uiteindelijk klinkt beneden een deur die dichtvalt, gevolgd door haastige voetstappen: trip, trap, naar buiten.
Ik slaak een zucht van verlichting. Catastrofe afgewend.
Als dat is wat Visit Sweden bedoelt, heb ik inderdaad mijn beloofde land gevonden. Rust is hier makkelijker te vinden dan in Nederland, zelfs op de drukste plek van het land, mijn woonplaats Stockholm.
Mijn voelsprieten staan altijd aan. Handig voor mijn werk, maar minder handig wanneer ze te lang onder hoogspanning staan. Toen ik hier zes jaar geleden aankwam, was dat het geval. Zweden hielp me om die antennes in te trekken. Wandelen in het bos, ruimte, stilte, weinig mensen die iets van je willen. Mijn batterij laadde weer op.
Dat kort daarna de wereld door corona op slot ging, hielp vermoedelijk mee. Al grapten de Zweden destijds dat er voor hen weinig veranderde, nu iedereen plots werd gevraagd afstand van elkaar te houden.
Over het algemeen heeft Visit Sweden dus een punt. Persoonlijke ruimte wordt hier bijna als een fundamenteel mensenrecht behandeld. Zelfs elkaar aankijken lijkt een zonde. Blik naar de grond of strak naar voren. Ik moet mezelf soms even in mijn arm knijpen om te controleren of ik mijn stoffelijk lichaam niet per ongeluk heb verlaten.
De introvert in mij heeft het hier dus uitstekend naar zijn zin. Maar de extravert ligt op apegapen.
Voor mijn verhuizing woonde ik in het centrum van Utrecht. Tijdens avondwandelingen kon ik intens genieten van de volgepakte terrassen, het geluid van klinkende glazen, een daverend lachsalvo, geanimeerde discussie, fietsbellen, muziek uit een kroeg, een glas dat kapotvalt in de verte, een dronken schreeuw, een zweem van wiet en sigarettenrook, muziek uit een openstaand raam van een door een goedkope discobal verlichte studentenwoonkamer volgepropt met zingende en lachende studenten.
Die reuring mis ik.
Stockholm is een hoofdstad zonder rafelrandjes. Alles is schoon, keurig, aangeharkt, ofwel het adagium van de Zweden uitgedrukt in één woord: lagom. Niet te veel, niet te weinig, precies genoeg. Maar precies genoeg is ook een beetje saai.
Ook mis ik het praatje over niets. Met de kassamedewerker, een willekeurige treinpassagier, de barman, de winkelbediende of de buschauffeur. Even vriendelijk zijn tegen iemand die je niet kent. Ouwehoeren. Heel kort uit je eigen cocon stappen en contact maken.
Ik hoor dit vaak van Nederlanders die ik hier interview: naast familie missen ze vooral de gezelligheid. Sommigen kwamen voor rust en ruimte en ontdekten pas hier hoeveel waarde ze hechtten aan die Nederlandse vanzelfsprekendheid om zomaar even met iemand te praten en aan de gezelligheid van rumoer.
Dat betekent niet dat Zweden ongezellig is. Het is hier mysigt op zijn eigen manier. In klein gezelschap, met familie en goede vrienden. Zweedse saamhorigheid is allemaal een kerstster in het raam hangen: samen, maar ieder achter zijn eigen raam.
Visit Sweden heeft gelijk: Zweden kan een uitstekend kuuroord zijn als het leven te luidruchtig is. Maar we zijn geen introvert, extravert, ambivert, otrovert, rood, geel, groen of blauw. Afhankelijk van het moment zijn we een beetje van alles.
Mijn batterij is hier inmiddels uitstekend opgeladen. Maar soms verlang ik weer even naar 37 procent.
Abonneer je op onze nieuwsbrief om elke maand de nieuwste column van Bas in je mailbox te ontvangen.

