Column | Bas van Brecht 🇸🇪
Bas van Brecht is een Nederlander in Zweden. Oprichter van The Nordic Dutchman en vader van Anna en Sam. Hij struint bossen, meren en bergen af op zoek naar verhalen, maar ligt net zo lief op de bank met een Scandinavisch boek of de nieuwste Nordic noir. In deze column deelt hij zijn bevindingen.
Er zijn dromers en doeners. Doeners waren ooit dromers, tot ze besloten dat dromen alleen niet genoeg was. Ze zetten een stap in het onbekende en probeerden van hun droom werkelijkheid te maken.
Ik bewonder dat.
Ik ga bijvoorbeeld compleet voor de bijl bij filmpjes van talentenjachtaudities. Die dappere helden die het niet laten bij doucheoptredens met een shampoofles, maar voor het oog van de wereld hun podium pakken. Als een jurylid vervolgens op een knop ramt en er confetti uit het plafond knalt, kun je mij opvegen.
Onlangs maakte ik de fout zo’n filmpje in de Stockholmse metro te kijken. Emotie tonen in het openbaar in Zweden: gevaarlijk terrein.
Maar ik heb nu eenmaal een zwak voor mensen die het gewoon dóén. Die durven te verliezen: status, geld, de goedkeuring van anderen. Maar die bovenal het risico durven te nemen dat hun droom misschien helemaal niet uitkomt. Want zoals Stef Bos bezingt: ‘je ziet meer langs een weg die je niet kent’.
Alleen weet je bij zo’n weg natuurlijk nooit waar hij uitkomt. Misschien loopt hij dood. Daarom zijn er meer dromers dan doeners.
Zelf zie ik me als een droener. Half dromer, half doener.
Lang droomde ik ervan ooit in het buitenland te wonen. Een theateropleiding in Londen? Vrijwilligerswerk in Afrika? Genoeg plannen, weinig lef. Ik bleef dromen zonder daadwerkelijk ergens heen te gaan.
Soms heeft een dromer blijkbaar iemands hand nodig om een doener te worden. In mijn geval was dat de hand van een Zweeds meisje dat ik op een dansvloer in Amsterdam ontmoette. Aan haar hand durfde ik de stap ineens wel te zetten. Gelukkig maar. Als ik zelfs voor de liefde niet naar Zweden durfde te verhuizen, was ik geen dromer maar gewoon een idioot.
Een van de leuke dingen aan mijn nieuwe leven is dat ik nu verhaaltjes mag schrijven over andere voormalige dromers.
Zo trok ik onlangs tijdens een persreis door Skåne, de provincie helemaal in het zuiden van Zweden. Via de brug verbonden met Denemarken en daarmee letterlijk en figuurlijk ongeveer het dichtst bij Nederland dat je in Zweden kunt komen.
Ik zag akkers, vlakke velden, fatsoenlijke fietspaden en fatsoenlijke stranden. De ene minuut scheen de zon, de volgende brak de hemel open. Ik ontmoette er zelfs mijn jeugdidool Henrik Larsson, zij het in versteende vorm, dus niet direct een droom die uitkwam, maar toch leuk. En er stond wind. Veel wind. Het voelde opvallend vertrouwd.
Maar vooral ontmoette ik er doeners.
Åsa bijvoorbeeld. Zij verruilde Stockholm voor het platteland en werd eigenaar van pottenbakkerij Wallåkra, waar nog altijd aardewerk wordt gemaakt zoals dat daar al sinds 1864 gebeurt. Ze probeert een eeuwenoude traditie levend te houden en door te geven aan een volgende generatie.
Of Sandra, die bedacht dat ze een wijngaard wilde beginnen. In Zweden. Dan moet je óf een behoorlijke dromer zijn óf hartstikke gek.
Wat blijkt: wijn maken in dit deel van Zweden gaat verrassend goed. Eén wijnstok werden er uiteindelijk 1500, goed voor zo’n duizend Aftonmora Vingård flessen per jaar. De druiven plukt ze met de hand en ook de kurken gaan één voor één in de flessen.
“Een goede workout”, zei Sandra. “Dan hoef ik niet naar de sportschool.”
En dan waren er Julia en Frederik. Zij lieten Stockholm en hun banen als marketeer en autoverkoper achter zich voor een droom van een eigen glamping op het platteland van Skåne. Van een comfortabel stadsleven gingen ze naar zeven dagen per week werken, van vroeg in de ochtend tot laat in de avond.
“De beste keuze die ik ooit heb gemaakt”, zei Frederik.
Inmiddels staan er drie glampingtenten in hun eigen bos, inclusief een heuse bosspa. Wie er een nacht wil slapen, moet ruim op tijd reserveren.
Geen van hen wist precies waar ze aan begonnen. Ze hadden niet overal verstand van, kregen tegenslagen voor hun kiezen en werken zich nog altijd een slag in de rondte.
Toch zou geen van hen terug willen.
Zo reed ik in Skåne van uitgekomen droom naar uitgekomen droom, tot er ongemerkt ook bij mij weer eentje begon te groeien.
Een B&B of een kleine glamping ergens in het zuiden van Zweden. Een plek waar Zweden nét wat meer op Nederland lijkt, zonder Nederland te zijn. Waar familie makkelijker naartoe kan komen. Waar ik wat minder achter een computer zit en wat vaker buiten ben. Kamers klaarmaken, ontbijt serveren, gras maaien.
Kan dat mijn volgende droom zijn?
Toen ik thuiskwam, legde ik het mijn lief voor. We droomden even samen weg. Bekeken wat pandjes in Skåne op Hemnet en maakten alvast een rolverdeling. Ik de gastenontvangst en marketing, zij het hele reilen en zeilen achter de schermen.
Toen begon onze eenjarige te huilen. De droom verdween naar de achtergrond.
Maar hij is niet weg. Hij krijgt langzaam vorm. De vraag is alleen: blijven we dromers, of gaan we het ook doen?
Ik schrijf maandelijks een column voor The Nordic Dutchman. Wil je mijn column en veel meer verhalen uit het hoge noorden in je mailbox ontvangen. Schrijf je in voor de nieuwsbrief.

