Vier graden noorderlijker wonen: hoeveel verschil kan dat maken? Meer dan Barbara Rijks had verwacht. De Deense winter dreef haar eerst naar een strandresort in Thailand, maar uiteindelijk ontdekte ze dat er ook een andere manier is om de Scandinavische duisternis door te komen.
“Nu ik mijn vijfde Deense winter tegemoetga, beschouw ik mezelf inmiddels als een ervaringsdeskundige in het overleven van maanden met weinig daglicht. Als Nederlander had ik niet verwacht dat de vier graden breedtegraad die ons van Denemarken scheiden zo’n verschil zouden maken. Toch viel de donkere periode me zwaar, net als de wind die hier vrijwel nooit lijkt te gaan liggen. Geen enkele dosis hygge hielp. Tijdens mijn eerste winter gaf ik me gewonnen en boekte ik een ticket naar een strandresort in Thailand. Soms moet je de winter gewoon even ontvluchten.
Ik voelde me een beetje een loser. Was ik dan toch zo’n zure buitenlander in Kopenhagen geworden, die over het weer klaagt? Mijn hele leven had ik mijn comfortzone steeds verder opgerekt. Juist als het moeilijk werd, bloeide ik op. Tijdens mijn werk voor de Verenigde Naties had ik met plezier mijn weg gevonden in totaal nieuwe leefomgevingen, verspreid over de wereld. Maar nu, zo dicht bij huis, in Denemarken, was ik van slag. Ik had gedacht dat de overgang een stuk gemakkelijker zou zijn.
Er zat maar één ding op: dezelfde strategie toepassen die me eerder zo goed had geholpen. Het ongemak omarmen, mijn trots opzijzetten en luisteren naar de lokale bevolking.
Ik moest denken aan een verhaal dat voormalig VN-secretaris-generaal Kofi Annan ooit vertelde. Toen hij als uitwisselingsstudent vanuit Ghana zijn eerste ijskoude Amerikaanse winter beleefde, weigerde hij aanvankelijk oorkappen te dragen. Die vond hij on-elegant en belachelijk. Tot de gevoelstemperatuur daalde tot min 23 graden. Toen hij naar buiten liep om eten te halen, was hij ervan overtuigd dat zijn oren er ter plekke zouden afvallen. De volgende dag kocht hij de grootste oorkappen die hij kon vinden.
Een pijnlijke, maar leerzame kennismaking met lokale wijsheid. Annan gebruikte het verhaal graag om een belangrijk principe van diplomatie en leiderschap te illustreren: ga er niet vanuit dat je het beter weet dan de mensen die ergens wonen. Kijk, luister en leer. Anders betaal je daar vroeg of laat de prijs voor.
Mijn conclusie was simpel. Vechten tegen het onvermijdelijke gebrek aan daglicht had weinig zin. Als ik de Scandinavische winter wilde overleven, moest ik ophouden met klagen, naar buiten gaan en vooral doen wat de Scandi’s doen.
Mijn eerste experiment vond plaats in Lapland, in Noord-Finland, waar ik mijn volgende wintervakantie boekte. Met slechts een paar uur daglicht per dag en lange avonden waarop weinig anders te beleven viel dan hopen op het magische noorderlicht, sloot ik me aan bij de lokale bevolking en trok ik dagelijks naar de houtgestookte sauna. Daar voelde ik me aanvankelijk als een kippetje aan het spit, langzaam ontdaan van mijn laatste lichaamssappen.
Maar al snel begon ik me te gedragen als een echte Viking. Ik wisselde de sauna af met rollen in de sneeuw en sprongen in een gat dat in het ijs van een bevroren meer was gehakt. Tot mijn eigen verbazing vond ik het heerlijk. Eenmaal terug in Denemarken werd ik lid van een sauna in de oude haven van Kopenhagen. Voor ik het wist, was ik veranderd in precies dat irritante type winterzwemmer dat bij elke gelegenheid over zijn laatste duik begint.
En toen kreeg mijn leven een onverwachte wending. Ik werd verliefd op een Deense dominee, nam ontslag en verruilde Kopenhagen voor het Deense platteland. Midden in Denemarken, ver weg van de grote stad, voelde ik me soms alsof ik was beland in een Scandinavische misdaadserie waar ik ieder moment een lokale rechercheur tegen kon komen in een gebreide trui met Noors patroon, een mysterieus landschap en vooral heel veel duisternis.
Met de zomers had ik weinig moeite. Maar wat moest ik in vredesnaam met die eindeloze winteravonden, zonder het culturele en culinaire aanbod van Kopenhagen binnen handbereik?
Zonder baan, maar inmiddels gewapend met een nieuwe bereidheid om mijn ongemak te omarmen, begon ik aan een intensief inburgeringstraject. Ik verzamelde eindelijk de moed om Deens te leren. Drie keer per week zit ik in de klas, waar ik samen met mijn eigen mini-VN de beruchte Deense klinkers en andere tong brekers onder de knie probeer te krijgen.
Mijn klasgenoten vormen een kleurrijke afspiegeling van de wereld: vluchtelingen uit Oekraïne, gepensioneerden uit Nederland en Duitsland, au pairs uit Zuid-Afrika en mensen uit allerlei windstreken die voor de liefde naar Denemarken zijn verhuisd. Het is soms een nederige, maar vooral inspirerende ervaring om opnieuw een nieuwkomer te zijn. Dit keer buiten de vertrouwde expatbubbel van Kopenhagen, waar het leven voor buitenlanders toch net wat gemakkelijker kan voelen.
Mijn vrienden in Kopenhagen spreken intussen van de ‘grote trek’ wanneer ze naar Langeland komen, het eiland waar ik nu woon. Maar Kopenhagen ligt nog altijd binnen handbereik als de behoefte aan cultuur of een vleugje stedelijke drukte zich aandient.
Toen ik eenmaal ophield met vechten tegen de winter, begon mijn Scandinavische verhaal zich op onverwachte manieren te ontvouwen. Wat aanvankelijk voelde als een lange, donkere beproeving, is inmiddels een leven geworden dat ik steeds meer waardeer. Zelfs de winter heeft zo zijn verrassingen, zeker als je bereid bent eropuit te trekken.”
Dit is een ingezonden verhaal. Heb jij ook een mooi verhaal over Scandinavië te vertellen? Stuur het naar redactie@nordicdutchman.nl en wie weet lees je jouw verhaal binnenkort terug op The Nordic Dutchman.

