Column | Lotta Magnusson 🇸🇪
Lotta is Zweeds, maar verhuisde op haar 29ste naar Nederland, waar ze werkt als scenarioschrijver voor film en televisie. Onlangs verscheen haar debuutroman Kind van duizend meren, een boek over het verliezen en terugpakken van je identiteit. In haar roman werpt ze licht op een inktzwart hoofdstuk uit de Zweedse geschiedenis waar weinig over wordt gesproken.
‘Iedereen spreekt daar Engels, we lijken hartstikke veel op elkaar en het is maar twee uur vliegen!’
Nederland. Ik dacht er best veel over te weten voordat ik er ging wonen. Een klein land, maar toch werelds. Liberaal, maar toch veilig. Een land waar de krokussen al in februari bloeien, waar je feest viert op straat en waar je nooit een biertje voor jezelf haalt, maar een dienblad voor iedereen
Maar al snel besefte ik hoeveel ik niet wist. Vooral over pijnlijke wonden en trauma’s.
Zo vond ik het ouderwets dat het zo lastig was om iemands woonadres of telefoonnummer te vinden. Ik was gewend dat persoonsgegevens openbaar waren, zelfs ieders jaarinkomen. Mijn taaldocent vond ik ook irritant.
‘Zet mij maar bij de gevorderden,’ zei ik bij de klassenindeling. ‘Ik ben vloeiend in het Duits.’
Hij keek me streng aan.
‘Jij gaat naar de beginners. Dat Duits moet eruit.’
Later begreep ik dat beide dingen raakten aan oorlogstrauma’s waar mijn Zweedse geschiedenislessen nooit echt op ingingen. Dat Nederland bezet was geweest tijdens de Tweede Wereldoorlog wist ik vaag, maar wat dat in de praktijk betekende niet. Ik kende niemand van de honderdduizend Nederlandse Joden die via bevolkingsregisters werden opgespoord en gedeporteerd. Ik wist niets van de gebombardeerde steden of van de hongerwinter waarin mensen tulpenbollen aten om te overleven.
Zweden was neutraal geweest. De oorlog was bij ons iets op afstand.
Ik had ook geen idee dat er een land bestond dat Suriname heet. Dat Nederland wereldwijd handelde, leerden we wel. De kruiden uit het Verre Oosten moesten we kennen. Maar de landen die onder die handel leden, niet.
Andersom geldt dat natuurlijk ook. Nederlanders zullen niet alle ongemakkelijke waarheden van Zweden kennen.
De vraag hoe neutraal Zweden in werkelijkheid was in de Tweede Wereldoorlog is er zo een. Een ander hoofdstuk is minder bekend, maar minstens zo donker. Dat gaat over de Roma, die al meer dan vijfhonderd jaar in Zweden wonen, terwijl de overheid eeuwenlang haar best deed om hen uit te roeien.
In mijn debuutroman Kind van duizend meren werp ik daar licht op. Want die geschiedenis raakt ook mijn familie.
Als kind ving ik een nachtelijk gesprek tussen mijn ouders op. Mijn vader worstelde met de vraag of zijn vader wel zijn biologische vader was.
‘Joh, het was gewoon een zigeuner,’ zei mijn moeder. ‘Zo ging het daar in de bossen.’
In mijn kinderoren klonk het bijna romantisch. Mijn opa was dus niet die botte, harde boer, maar een warmhartige circusartiest. Ik voelde meteen een vreemde verbondenheid met een volk waar ik weinig van wist. Pas toen ik zelf moeder werd in Nederland en het begon te knagen dat ik mijn afkomst niet volledig kende, ging ik me verdiepen in wie de Roma in Zweden écht waren.
Het werd een pijnlijke ontdekkingsreis.
Het witte superioriteitsdenken bleek diep verankerd in de Zweedse samenleving. Roma-genen werden gezien als zwak en schadelijk. In mijn studentenstad Uppsala had zelfs een door de overheid gesubsidieerd rasbiologisch instituut bestaan waar deze ideeën werden onderbouwd. En waar Duitsland dwangsterilisatie in 1945 afschafte, bleef deze praktijk in Zweden tot ver in de jaren zeventig legaal. Tot het verdriet van ontelbare Roma-families.
Hoe kon mijn geliefde vaderland, notabene een democratische welvaartsstaat, mensen dit aandoen? Waarom mochten zij niet werken of naar school gaan? Waarom werden ze verdreven om diep in de bossen in kampen te leven zonder basisvoorzieningen?
De behoefte om dit verhaal te vertellen werd steeds sterker.
In Kind van duizend meren is het het verhaal van Maria geworden, een journaliste in Amsterdam in 1967 die denkt haar leven onder controle te hebben. Tot een anoniem pakketje alles openbreekt. Wat begint als nieuwsgierigheid, groeit uit tot een zoektocht die haar naar Zweden voert. Daar ontdekt ze dat haar jeugd als weeskind op een leugen rust en dat haar leven onderdeel is van een groter, zorgvuldig verzwegen geheim.
In 2014 bood de Zweedse overheid officieel excuses aan de Roma aan. Inmiddels zijn zij een erkende minderheid met een beschermde taal. Toch worden ze nog altijd gediscrimineerd en verzwijgen velen hun afkomst.
We reizen. We worden verliefd. We verhuizen over grenzen heen. Snel denken we dat we elkaar kennen. Maar echte verbondenheid ontstaat pas wanneer we bereid zijn ook de ongemakkelijke verhalen te horen.
Of ik zelf Romabloed heb, zal ik nooit weten. Mijn vader heeft zijn biologische vader nooit gevonden. Maar mocht ooit blijken dat het zo is, dan zal ik het vol trots van de daken roepen.
En mijn Duits? Dat is mijn docent gelukt. Ik kan niet eens meer tot tien tellen.
Lees hier ons interview met Lotta Magnusson over haar leven tussen haar Zweedse en Nederlandse identiteit. Benieuwd geworden naar haar debuutroman? Bestel deze hieronder bij de online boekhandels:
Op The Nordic Dutchman vind je elke maand nieuwe columns over ervaringen met de Noordse landen. Abonneer je op onze nieuwsbrief om deze maandelijks in je mailbox te ontvangen.

