“Ik heb mijn Zweedse identiteit lang onderdrukt.”
Op 29-jarige leeftijd verhuisde Lotta Magnusson van Zweden naar Nederland. 26 jaar later debuteert de scenarioschrijfster met haar eerste roman Kind van duizend meren. Een boek over het verliezen en weer terugpakken van je identiteit. Lotta schreef het verhaal in het Nederlands en vond tijdens het schrijven ook haar eigen Zweedse roots weer terug.
Kind van duizend meren gaat over iemand die in Zweden op zoek gaat naar haar roots. Je bent zelf een Zweedse die al lange tijd in Nederland woont. In welk opzicht was het schrijven van dit boek ook een reis en herontdekking van je eigen roots?
“Tijdens het schrijven van mijn boek kwam ik erachter dat ik misschien te veel mijn best heb gedaan om weg te blijven bij mijn Zweedse identiteit. Toen ik naar Nederland kwam, besefte ik al snel dat ik Nederlands moest leren om me hier thuis te kunnen voelen. Tegelijkertijd was ik bang dat mijn Zweedse achtergrond tegen me zou werken. Dat ik gezien zou worden als de buitenlander die niet goed kon schrijven.
Daarom heb ik mijn best gedaan om dat te verdoezelen en mijn achtergrond nooit gebruikt in mijn creatieve werk. Met dit boek moest dat juist wel. Ik moest dicht bij mezelf blijven. Daardoor kon ik opnieuw ontdekken wie ik eigenlijk ben: heel erg Zweeds.
Ik heb mijn Zweedse achtergrond teruggepakt.
Tijdens het schrijven merkte ik dat ik een stukje van die identiteit was vergeten. Ik was 29 , nu 26 jaar geleden, toen ik naar Nederland ging, dus ik had al een heel leven in Zweden gehad. Met dit boek heb ik mijn Zweedse achtergrond weer teruggepakt.
Mijn grootste les toen ik naar Nederland kwam, was dat de taalbarrière veel groter was dan ik had gedacht. Ik dacht dat ik het wel zou redden met Engels, maar dat was echt niet zo. Ook het gemis van een sociaal netwerk viel zwaar. Ik ging van een zelfstandig leven met een rijk sociaal bestaan naar ‘de vriendin van’. Ik had hier geen geschiedenis; alles moest vanaf nul. Dat was pittig.”
Wat deed je om het toch te laten werken?
“Ik werkte eerst bij een Amerikaans bedrijf, maar kwam er snel achter dat ik dat niet wilde. Zo bleef ik vervreemd van Nederland. Ik wilde juist bij een Nederlands bedrijf werken, met Nederlandse collega’s, om dichterbij te komen. En om de taal te leren.
Sociaal gezien kwam mijn doorbraak pas toen ik een kind kreeg. Dat gaf een natuurlijke manier om contact te maken: zwangerschapsgroepen, babygroepjes, het schoolplein. In die periode zocht ik ook actief andere Zweedse moeders op, omdat ik merkte dat ik behoefte had aan iemand die een beetje denkt zoals ik. Zo ben ik langzaam mijn eigen netwerk gaan opbouwen.”
Hoe deed je dat?
“Toen ik naar Nederland kwam, werkte ik in de financiële communicatie. Creatief schrijven voelde voor mij niet als een optie. Het was een droom, maar geen serieuze carrièrekeuze.
Door de verhuizing kwam alles op zijn kop te staan, ook professioneel. Dat was aan de ene kant een harde les: nieuw land, nieuwe regels. Maar het gaf ook ruimte om groter te denken en iets nieuws te doen. Ik weet niet of ik die stap had gezet als ik in Zweden was gebleven. Dan was ik waarschijnlijk in de ratrace blijven hangen.”

De droom achterna
“Na de geboorte van mijn derde kind besloot ik dat ik iets met mijn droom wilde doen. Ik voelde ineens heel duidelijk dat ik bezig was met iets wat niet bij mij paste. Ik miste het schrijven. Nederlands sprak ik inmiddels prima, maar schrijven durfde ik nog niet.
Schrijven is een belangrijk deel van wie ik ben. Vijftien jaar geleden besloot ik dat terug te pakken. Ik had een droom om voor film en televisie te schrijven. Via internet vond ik een cursus scenarioschrijven voor mensen die een nieuwe carrière wilden. Daar moest ik zijn.
Voor de tweede keer voelde ik mij thuis in Nederland.
Ik begon met een simpele avondcursus. Al na de eerste avond voelde ik: dit ben ik. Ik voelde me voor de tweede keer thuis in Nederland. De eerste keer was toen ik de taal sprak en kon integreren. De tweede keer was toen ik mezelf de vrijheid gaf om te werken met wat ik echt wilde. Dat gaf een enorm geluksgevoel.
Ik kwam terecht in een warm bad, met mensen die mij steunden in mijn streven om in het Nederlands te schrijven.”

Hoe heb je je de taal eigen gemaakt?
“Door heel veel te oefenen en vooral heel veel te schrijven. En door samen te werken. Dat was mijn grootste sleutel tot succes. Ik had snel door dat schrijven niet iets is wat je alleen hoeft te doen, zeker scenarioschrijven niet.
Ik vormde al snel een collectief met drie andere schrijvers. Verhalen vertellen en schrijven zijn twee verschillende dingen. Mijn vertelkunst kreeg ik niet altijd goed op papier, maar daar hielpen mijn collega’s bij.”
En uiteindelijk werd het zelfs je carrière.
“Ja. Een idee van ons collectief werd opgepikt door een grote producent. Opeens ging het van het een naar het ander. Doordat we als team werkten, was ons netwerk veel groter dan wanneer je alleen opereert.”
In je boek speelt je Zweedse identiteit een grote rol. Heb je dat ook in andere projecten kunnen gebruiken?
“Dat heb ik geprobeerd, maar in de wereld van scenario’s is het lastig om over grenzen heen te werken. Dat wordt vaak niet als interessant gezien. Daarom heb ik mijn Zweedse identiteit lange tijd onderdrukt en mijn Nederlandse kant benadrukt. Daar ben ik misschien te ver in gegaan, ik miste die achtergrond.
Dit boek is opnieuw een connectie met mezelf. Ook oude Zweedse relaties in Nederland heb ik weer opgepakt. Ik dompel me daar nu helemaal in onder en merk hoeveel ik het heb gemist.”

Een gezamenlijk verleden
“Ik raakte ook gefascineerd door de relatie tussen Nederland en Zweden. Hoe komt het dat onze landen zo goed bevriend zijn? En waarom word ik hier altijd zo vriendelijk ontvangen? Dat onderzoeksgedeelte van mijn boek vond ik ontzettend leuk om te doen.”
Welke antwoorden heb je gevonden?
“Onze relatie gaat honderden jaren terug. Onlangs vierden Nederland en Zweden 400 jaar diplomatieke betrekkingen. We doen al heel lang zaken met elkaar en hebben elkaar geholpen in tijden van nood, zoals tijdens de Nederlandse Hongerwinter.
Wat ons ook verbindt, is een soort overlevingsdrang, die je ook kunt zien als een gevoel van superioriteit. Er is die bekende uitspraak: ‘God schiep de wereld, maar de Nederlanders schiepen Nederland.’ En dat is ook zo: de mens heeft Nederland letterlijk gemaakt.
Zweden kent een vergelijkbaar gevoel. Het was een van de landen in Europa waar de welvaart relatief vroeg op gang kwam, dankzij veel industrie en natuurlijke hulpbronnen zoals hout en ijzer, en is succesvol geweest in diplomatie. We zijn trots op onze prestaties in sport en muziek. Die nationale trots zit diep.”
Ga je je Zweedse identiteit in toekomstig werk meer omarmen?
“Ja, die kans is groot. Het hoort bij mij. Ik heb twee identiteiten, en die zullen in mijn schrijven een rol blijven spelen. Ik vond het fantastisch om in dit boek mijn twee landen letterlijk met elkaar te verbinden.
Wat ik nu wel jammer vind, is dat ik een boek heb geschreven dat mijn familie en vrienden, aan wie ik het heb opgedragen, niet kunnen lezen. Goedbedoelende vrienden gaven mij een AI-vertaling van mijn boek cadeau, maar dat werkte niet. Het is mijn droom dat het boek ook in het Zweeds verschijnt en professioneel wordt vertaald.”
Heeft het wortelen in Nederland je Zweedse wortels aangetast?
“Grappig genoeg niet. Ik heb daar ook echt in geïnvesteerd en altijd mijn vriendschappen in Zweden onderhouden. Dat ging niet vanzelf, maar ik vond het belangrijk. Dus ik ging vaak terug, soms ook speciaal voor verjaardagen van vrienden.
Het is een intensere manier van vriendschap, maar misschien waardeer je elkaar daardoor juist meer wanneer je elkaar ziet. Mijn vriendschappen in Zweden zijn er dieper door geworden. Daar moet je wel iets voor overhebben, en het kost natuurlijk ook geld.
Ik heb veel moeten missen.
Ik heb ook veel moeten missen. Zo heb ik bijna twintig jaar geen midzomer kunnen vieren. Dat viel altijd precies in een periode waarin het in Nederland nog geen zomervakantie was voor de kinderen. En toen ze ouder werden, viel het samen met toetsweken.
Midzomer heb ik dus lange tijd moeten opofferen. Nu de kinderen volwassen zijn, ga ik het voor het eerst weer vieren. Dat maakt me heel gelukkig. Ik had het een beetje opgegeven, maar nu pak ik het weer terug.”

Identiteit doorgeven
“Ik heb altijd Zweeds met mijn kinderen gesproken toen ze klein waren en sleepte hele tassen met boeken van onder anderen Astrid Lindgren en Elsa Beskow naar Nederland. Ik heb echt geprobeerd mijn eigen jeugd door te geven, met verhalen, liedjes en tradities. Ze gingen ook één dag per week naar een Zweedse school.
Veel Zweedse ouders in Nederland doen hetzelfde. We sloven ons allemaal uit om bijvoorbeeld Lucia te kunnen vieren en wisselen kleding met elkaar uit, zodat iedereen een witte Lucia-jurk voor de kinderen heeft.
Kerst in Nederland voelde als een slap aftreksel.
Kerst is voor Zweden heel belangrijk, en dat werd in Nederland voor mij soms best frustrerend gevierd. Het voelde als een slap aftreksel van de Zweedse kerst.
Sinterklaas was hier het grote feest. Ook daarin kwam ik mezelf tegen. Ik kon niet wennen aan die traditie, het voelde vreemd voor mij. En eerlijk gezegd heb ik er nog steeds niet zo veel mee. Het zit gewoon niet in mijn DNA.
Tegen mijn kinderen zei ik vaak: jullie boffen maar, jullie krijgen gewoon twee keer per jaar cadeaus. Want ik ging kerst echt niet opgeven. Ik wilde die kerstboom met cadeautjes.”
Hoe heb je Zweden als land met je kinderen gedeeld?
“We gingen elk jaar naar Zweden op vakantie, minstens twee keer per jaar. Dat vond ik heel belangrijk. Zo bouwen ze niet alleen een band op met het land, maar ook een verleden.
Bovendien kunnen Zweedse kinderen die in het buitenland wonen hun Zweedse nationaliteit verliezen als ze op hun 22e niet kunnen aantonen dat ze regelmatig in Zweden zijn geweest.
In de loop der jaren zijn mijn kinderen hun Zweedse achtergrond steeds meer gaan waarderen. In hun puberteit mocht ik absoluut geen Zweeds praten op het schoolplein; ze schaamden zich ervoor dat ik anders was dan andere moeders. Later veranderde dat. Ze houden van kaneelbroodjes, julmust en lussekatten.
Nederland is hun thuisland, maar ze ervaren Zweden nu als een verrijking. Dat komt ook doordat Nederlanders over het algemeen positief reageren op Zweden. Ze reageren vaak met een glimlach, en dat voelen mijn kinderen ook. Dat maakt ze extra trots.
Mijn dochter heeft een half jaar in Lund gestudeerd en inmiddels gaan ze ook met vrienden op vakantie naar Zweden. Daar word ik heel blij van. Het is voor mij belangrijk dat dat stukje Zweden in leven blijft.”
Zie jij jezelf ooit weer in Zweden wonen?
“Ik zie het als een cadeau dat ik twee landen heb mogen meemaken en waarderen. Ik ben heel gelukkig in Nederland, maar ook heel gelukkig in Zweden.
Mijn droom is een soort ‘gouden’ situatie, met twee vaste hubs. Allebei wat kleiner, maar gezellig. De ene hub is waar ik nu woon, in Naarden-Vesting. Hier zijn de kinderen opgegroeid en hebben ze een sociaal netwerk, en dat vind ik waardevol voor later.
Mijn hub in Zweden zou het dorpje zijn waar ik ben opgegroeid: een oud vissersdorp in Skåne. Terug naar de roots.”
Waar Kind van duizend meren over gaat:
Tijdens de zoektocht naar haar ware identiteit, komt Maria geheimen uit het verleden op het spoor. Lukt het haar op tijd de waarheid te achterhalen? Voor de lezers van Lucinda Riley en Kristin Hannah.
1967, Amsterdam. De ambitieuze Maria werkt als journaliste bij een grote landelijke krant. Het gaat haar voor de wind: de hoofdredacteur heeft haar hoog zitten en samen met haar vriend woont Maria in een riante bovenwoning aan het Vondelpark. Haar tijd in het weeshuis, waar ze nog Cecile Vos heette, lijkt ver weg. Maar dan ontvangt ze een anoniem pakketje dat haar leven plots op z’n kop zet en besluit Maria op zoek te gaan naar haar ware identiteit. Al snel komt ze geheimen uit het verleden op het spoor, die haar jeugd en leven daarna in een ander daglicht zetten.

