Een Brabantse vlag tussen de Zweedse dennen, braadworsten boven het kampvuur en rode mieren die zich weinig aantrokken van het nieuwe eilandeigenaarschap. Freek van Heertum en Eva Holleman brachten deze zomer eindelijk een nacht door op Medbådan, het Zweedse eiland waarvan ze een jaar lang beheerder mogen zijn. In dit uitgebreide interview vertelt Freek over de overtocht, hun eerste stappen op het onbewoonde eiland, maar ook de negatieve reacties die ze ontvingen.
Wil je meer interviews lezen met Nederlanders in Zweden en andere Scandinavische landen? Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang de nieuwste verhalen in je mailbox.
In mei werden Freek (24) en Eva (23) uit Den Bosch door Visit Sweden uitgeroepen tot beheerders van Medbådan. Hun inzending werd gekozen uit 2.242 aanmeldingen. Het eiland ligt ongeveer zevenhonderd kilometer ten noorden van Stockholm en was het noordelijkste van de vijf Zweedse eilanden die tijdens de actie tijdelijk een beheerder kregen.
Toen ik Freek een paar maanden geleden voor het eerst sprak, was Medbådan voor hem en Eva nog vooral een stip op de kaart. Ze dachten er zelfs over om pas in het voorjaar naar Zweden af te reizen. Inmiddels ligt het eiland achter hen en zijn ze weer terug in Nederland.
Toen we elkaar eerder spraken, dachten jullie misschien pas volgend voorjaar naar het eiland te gaan. Hoe lukte het toch om deze zomer te vertrekken?
“Dat was een behoorlijke puzzel, want we hadden eigenlijk geen vakantiedagen meer over. Bovendien stond er voor september en oktober al een vakantie gepland. Toch hadden we sterk het gevoel dat we in de zomer moesten gaan. Anders wordt het wel erg koud om in een tentje op het eiland te slapen.
Uiteindelijk hebben we met vakantiedagen geschoven en konden we met overuren ergens nog een week aan vastplakken. Mijn werkgever was gelukkig heel flexibel. Daardoor konden we in augustus toch drie weken naar Zweden. Daar zijn we heel blij mee.”
Hebben jullie de reis helemaal zelf samengesteld?
“We hebben samen met Visit Sweden een route uitgestippeld. Bij de actie kregen we een reisvoucher van 20.000 Zweedse kroon (zo’n € 1800), zodat we ook daadwerkelijk naar Zweden konden reizen. Nadat we hadden doorgegeven dat we in augustus wilden gaan, werden we gekoppeld aan een online tool waarmee we de reis konden plannen.
We gaven aan dat we vooral de natuur wilden zien, actief bezig wilden zijn en veel wilden hiken. Stockholm hoefde voor ons deze keer niet. Daar kunnen we later nog eens naartoe. Tijdens deze reis wilden we juist het avontuur opzoeken en verder naar het noorden reizen.
Visit Sweden heeft bestemmingen voorgesteld die heel goed bij ons bleken te passen. We hebben een aantal hotelletjes geboekt, zelf campings uitgezocht en een daktent geregeld. Daarmee konden we drie weken door Zweden trekken.”

Welke route hebben jullie afgelegd?
“Als je vanuit Den Bosch rechtstreeks naar het eiland rijdt, ben je ongeveer 25 uur onderweg. Wij wilden niet dagenlang alleen maar in de auto zitten en hebben de reis daarom in mooie etappes verdeeld.
Na ongeveer tien uur rijden verbleven we eerst een nacht in Malmö. Daarna gingen we naar Markaryd, waar we tijdens een elandsafari ook echt elanden hebben gezien. Vervolgens reden we naar Tällberg, waar we aan een meer zaten en wandelingen maakten.
Via Nordingrå en de Höga Kusten reisden we verder naar Umeå. Na ons bezoek aan het eiland zijn we naar nationaal park Björnlandet gegaan en Vemdalen. Daarna reden we via Karlstad en Smögen weer richting het zuiden.”
Jullie ‘wonnen’ een Zweeds eiland. Wat hield dat in de praktijk precies in?
“Het klinkt natuurlijk spectaculair als je zegt dat je een eiland hebt gewonnen. Visit Sweden heeft dat marketingtechnisch heel slim aangepakt. In werkelijkheid werden we voor een jaar benoemd tot beheerders van het eiland. Het was nooit de bedoeling dat we er een jaar lang zouden gaan wonen. We waren ook niet verplicht om er überhaupt naartoe te reizen.
Eva en ik werken allebei gewoon en wilden een roadtrip van drie weken door Zweden maken. We wilden zoveel mogelijk van het land zien, niet drie weken op één klein eiland verblijven. Je mag er bovendien niets bouwen of permanent aanbrengen. Als je daar langer blijft, moet je dus al je water, eten en andere voorraden steeds met een kano naar het eiland brengen.
Ik denk dat Visit Sweden vooral hoopte dat de winnaars daadwerkelijk naar hun eiland zouden gaan en hun reis zouden delen. Ze zijn volgens mij heel blij dat wij dat hebben gedaan.”
Twee weken voor jullie vertrek kregen jullie ineens een waarschuwing over de overtocht. Wat gebeurde er?
“We ontvingen een behoorlijk spannende e-mail van iemand van Visit Umeå. Daarin stond ongeveer: gaan jullie echt met een kano naar het eiland? Het is open zee, jullie zijn onervaren peddelaars en het weer en de stroming kunnen verraderlijk zijn.
Daar werden we toch een beetje zenuwachtig van. We vroegen ons af of we het eiland überhaupt veilig zouden bereiken. Gelukkig hield de kanoverhuurder de omstandigheden goed in de gaten. Op de dag zelf was het windstil en lag het water er spiegelglad bij.
We peddelden eerst ongeveer één tot anderhalve kilometer langs de kust en maakten daarna de oversteek van ongeveer vijfhonderd meter naar het eiland. In totaal waren we ongeveer een halfuur onderweg. Onder die omstandigheden was het gelukkig echt een fluitje van een cent.”

Hoe voelde het om na al die maanden eindelijk voet op Medbådan te zetten?
“Het was mistig toen we aankwamen, waardoor we nog niet het hele eiland konden zien. We waren vooral euforisch: we hadden het gewoon gehaald. Na maanden van voorbereiden stonden we eindelijk echt op ons eiland.
Een van de eerste dingen die we deden, was de Brabantse vlag planten. We hadden zelfs de vlaggenstok uit onze auto meegenomen. Een Zweedse journalist voer met een bootje mee en kon een deel van onze spullen vervoeren. Toen hij die stok zag, vroeg hij verbaasd: ‘Holy shit, is that a flagpole?’
We zijn trotse Brabanders en wilden die vlag heel graag meenemen. Het leverde een surrealistisch beeld op: een onbewoond eiland in het noorden van Zweden, met ergens tussen de bomen en de mist een rood-wit geblokte vlag. We grappen nu dat Brabant er een stukje Zweden bij heeft gekregen.”
Wat troffen jullie op het eiland aan?
“Toen de mist langzaam optrok, zagen we pas hoe mooi en afwisselend het eiland was. Langs de buitenkant liggen vooral stenen en rotsen. In het midden is een soort bos met een zachte, mossige ondergrond.
In eerste instantie zochten we automatisch naar een wandelpad, maar dat is er natuurlijk helemaal niet. Je moet gewoon dwars door de natuur lopen. Daardoor voelde het een beetje alsof we in Cast Away met Tom Hanks waren beland. Je gaat vanzelf zoeken naar sporen die erop wijzen dat er eerder mensen zijn geweest.
We vonden de resten van een gedoofd vuurtje en op een ander deel van het eiland stonden een paar strandstoelen tussen aangespoeld hout en plastic. Dan ben je ineens oprecht enthousiast omdat je tekenen van menselijk leven aantreft.”
Hoe groot is Medbådan eigenlijk?
“Je kunt in ongeveer twintig tot vijfentwintig minuten helemaal rondom het eiland lopen. Van de ene kant naar de andere kant doe je ongeveer vijf minuten.
Onze kano lag aan de ene kant en we hadden ons basiskamp aan de andere kant opgezet. Daardoor liepen we regelmatig heen en weer. Het eiland is klein, maar er zijn genoeg verschillende stukjes om te ontdekken.”

Op Instagram liet je zien dat jullie ook verschillende botten vonden op het eiland. Weten jullie inmiddels van welke dieren die afkomstig waren?
“Nee, we hebben geen idee. Ik vond een behoorlijk groot bot dat op een deel van een been leek. Dat was aan de ene kant heel interessant, maar ook een beetje akelig.
We zagen regelmatig een grote roofvogel wegvliegen. ’s Avonds dacht ik bovendien iets te zien dat qua formaat tussen een hond en een hert in zat. Of daar echt een dier liep of dat ik in het donker alleen een schim zag, weet ik nog steeds niet. Als je op een stil, onbewoond eiland zit, gaat je hoofd vanzelf een beetje met je aan de haal.”
Hoe hebben jullie je tijd uur op het eiland doorgebracht?
“We kwamen rond twaalf uur ’s middags aan en vertrokken de volgende dag om vier uur. Eerst hebben we het eiland verkend. Daarna richtten we ons basiskamp in en verzamelden we stenen voor een vuurplaats.
We hadden spullen meegenomen die je op een normale camping niet zo snel nodig hebt: een militaire schep, een hakbijl en een zaag om dood hout klein te maken. Terwijl we daarmee over het eiland liepen, voelden we ons een beetje een combinatie van Freek Vonk en Bear Grylls.
We hebben ook geprobeerd te vissen, maar dat leverde niets op. Daarom bakten we ’s avonds braadworsten boven het vuur. Daarna hebben we lang bij het kampvuur gezeten. Met onze hoofdlampen zijn we nog op zoek gegaan naar een glimp van het noorderlicht, maar dat liet zich helaas niet zien.
Rond elf uur kropen we de tent in. We sliepen op ongeveer vijftig meter van de zee en hoorden voortdurend de golven tegen de rotsen slaan. Verder hoorde je alleen het geritsel van de wind. Eva vertelde dat het rond twee of drie uur ’s nachts zelfs volledig stil werd. We hebben uiteindelijk verrassend goed geslapen.”
Waarom besloten jullie het bij één nacht te houden?
“Eén nacht was vooraf al het uitgangspunt. Eva was daar heel duidelijk over. Zelf dacht ik dat we misschien twee of drie nachten konden blijven als het echt heel goed zou gaan.
We hadden ons er prima langer kunnen vermaken. Het eiland wordt echt niet binnen een dag saai. Het praktische gedeelte maakte een langer verblijf alleen minder aantrekkelijk. Onze tent was vrij klein en ook de rugzakken en andere spullen moesten erin liggen om droog te blijven. Daardoor was het erg krap. ’s Avonds werd het behoorlijk koud en er kropen overal rode mieren.
Daarnaast heb je natuurlijk geen koelkast, douche, toilet of andere voorzieningen. Je bent volledig afhankelijk van wat je zelf hebt meegenomen. We hadden niet eens een lekker snackje of een koud biertje bij ons. Dat biertje hadden we achteraf gezien beter wel kunnen meenemen.”
Zou iemand een jaar lang op Medbådan kunnen overleven?
“Dat lijkt me ontzettend lastig. Er is geen drinkwater en volgens lokale bewoners is vissen er moeilijk doordat het water rondom het eiland brak is. De bodem bestaat voornamelijk uit kiezels met een laag mos eroverheen. We zagen wat bessen, maar hadden geen idee of die eetbaar waren.
Je mag ook niet zomaar een huisje of andere permanente schuilplaats bouwen. Het allemansrätten geeft je veel vrijheid om van de Zweedse natuur te genieten, maar betekent niet dat je ergens een jaar lang je eigen nederzetting kunt beginnen.
Je zou dus steeds met de kano voorraden moeten halen en lange tijd in een tent moeten slapen. Mensen op sociale media hadden daar overigens allerlei oplossingen voor. Iemand stelde voor om kippen op een vlot achter de kano mee te nemen, zodat we op het eiland eieren zouden hebben. Ik weet niet helemaal welk overlevingsplan diegene voor ogen had.”

In Nederland ging de aandacht vooral uit naar het feit dat jullie na één nacht weer vertrokken. Hoe hebben jullie die reacties ervaren?
“We wisten dat de media-aandacht opnieuw zou oplaaien zodra we het eiland hadden bezocht. Sommige media maakten er alleen een ander verhaal van. Er verschenen koppen waarin stond dat we het eiland al na één dag verlieten omdat we er klaar mee waren. Dat klopt niet. Eén nacht was altijd ongeveer het plan en het eiland was onderdeel van een veel langere reis door Zweden.
Als mensen alleen zo’n kop lezen, begrijp ik ergens wel dat ze denken: waarom doe je aan een wedstrijd mee als je helemaal niet op dat eiland wilt wonen? Online werden we onder meer mietjes, lafaards, idioten en typische Gen Z’ers genoemd.
We kunnen daar meestal wel om lachen en trekken het ons niet al te veel aan. Tegelijkertijd hadden sommige reacties niet gehoeven. We moeten ook eerlijk zijn: op Instagram hebben we het zelf een beetje spannend gehouden en gedaan alsof we aan een enorm avontuur begonnen. Dat was het ook, alleen duurde het geen heel jaar.”
Is het eilandavontuur nu voorbij of willen jullie nog eens terug?
“De lokale mensen zeggen dat we in de winter opnieuw moeten komen. Dan ziet de omgeving er compleet anders uit. Er ligt sneeuw, het water rondom het eiland is bevroren en je kunt er mogelijk naartoe skiën of schaatsen.
In eerste instantie dachten we: dat gaan we natuurlijk nooit doen. Inmiddels dromen we er stiekem toch van om terug te keren. Het lijkt me heel bijzonder om vanaf ons eiland het noorderlicht te zien.
We zouden er dan niet blijven slapen. Het kan daar in de winter extreem koud worden, dus de tent laten we thuis. Het zou een dagtocht worden die we goed voorbereiden met lokale mensen. Met een korte broek en een T-shirt komen we dan niet meer weg.”
Wat heeft buiten het eiland de meeste indruk gemaakt tijdens jullie reis door Zweden?
“Het is moeilijk om één plek te kiezen. Vooral de enorme hoeveelheid natuur maakt indruk. Soms rijd je over een weg waarop je helemaal niemand tegenkomt. Je ziet alleen bossen, bergen en meren. Het voelt dan alsof je naar het einde van de wereld rijdt.
Onderweg zagen we plotseling een rendier langs de weg staan. Wij kennen rendieren vooral uit films, waarin ze voor de slee van de kerstman lopen. Dan is het heel bijzonder als er ineens echt eentje naast je auto staat.
Nationaal park Björnlandet vonden we ook prachtig. Net als de wandelingen aan de Höga Kusten en de omgeving van Vemdalen. Het noorden van Zweden is voor ons echt een andere wereld.”
Jullie waren allebei al eens in Zweden geweest. Is jullie beeld van het land tijdens deze reis veranderd?
“Absoluut. Toen ik eerder met mijn ouders in Zweden was, dacht ik eerlijk gezegd dat het een beetje tegenviel. We zagen vooral het zuiden en Stockholm. Natuurlijk waren er bossen, maar die hebben we in Nederland ook.
Hoe verder je naar het noorden rijdt, hoe meer dat beeld verandert. De landschappen worden ruiger en leger. Je ziet overal die typisch Zweedse rode huisjes en komt op plekken waar de natuur eindeloos lijkt door te gaan.
Ook de mensen hebben ons positief verrast. Er wordt weleens gezegd dat Zweden stug of afstandelijk zijn, maar daar merken wij helemaal niets van. Iedereen is ontzettend aardig, spreekt goed Engels en wil ons helpen. We worden overal heel warm ontvangen.”
Zouden jullie ooit voorgoed naar Zweden kunnen verhuizen?
“Voorgoed op een eiland wonen is misschien wat veel van het goede. We hebben onderweg wel Nederlanders ontmoet die hier bijvoorbeeld een camping runnen. Het lijkt ons fantastisch om ooit een vakantiehuisje in Zweden te hebben. Een plek waar je naartoe kunt wanneer je de drukte van Nederland even zat bent.
Maar voorlopig wonen we nog veel te mooi in Den Bosch. Niets boven Brabant – zelfs niet als je tijdelijk een eigen Zweeds eiland hebt.”
Wil je meer interviews lezen met Nederlanders in Zweden en andere Scandinavische landen? Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang de nieuwste verhalen in je mailbox.

