Column | Eleonore Fenne 🇩🇰
In 2009 besloot Eleonore te emigreren naar Denemarken. Daar woont ze nu in Kopenhagen, met haar Deense man en kinderen en bouwde een carrière in de communicatiebranche op. Op Nordic Dutchman vertelt ze als Denemarken-duider over haar leven als Nederlandse in Denemarken.
Eleonore schrijft elke maand een column op Nordic Dutchman over haar leven in Denemarken. Abonneer je op onze nieuwsbrief om deze maandelijks in je mailbox te ontvangen.
Als je ‘rødgrød med fløde’ kunt zeggen en het getal ‘tweeënnegentig’ kunt onthouden zonder je rekenmachine tevoorschijn te halen, ben je geslaagd. Welkom op de Deense taalschool.
Toen ik in 2009 in Denemarken aankwam, was ik topgemotiveerd om de Deense taal te leren. Ik had genoeg afleveringen van Ik Vertrek gekeken om te weten dat het superslim is om je de taal van je nieuwe land zo snel mogelijk eigen te maken.
Daarom had ik in Nederland al een voorbereidende taalcursus gedaan en kon ik een klein beetje Deens babbelen. Althans, dat dacht ik. Ik begreep er geen zak van toen ik eenmaal in de supermarkt stond en de kassadame van het geoefende script afweek (er was nog geen self-checkout).
Dus ik als een malle naar de taalschool. Dat bleek het startschot van een geweldige tijd te zijn.
Lesje Deense grammatica
Na een korte test mocht ik instappen op niveau twee van zes (met dank aan de cursus die ik in Nederland had gevolgd).
Ik kwam in een klasje met ongeveer vijftien leerlingen uit alle delen van de wereld. Een au pair uit Oekraïne. Een sommelier in opleiding uit Indonesië. Een (inmiddels) wereldberoemde percussieartiest uit Cuba. Een schoenenontwerper uit IJsland (“Viieennnddd-jjaaaajj-maaaijjn-acceeennttt-raaaahhrrre?” Ik, eerlijk en direct als vers aangekomen Nederlander: “Ja, wel een beetje.” Zij, met rollende ogen: “Fuck off.” Ik: “Dat was dan weer wel zonder accent.”).
En voor de klas stonden de liefste docenten ooit, die ons onvermoeibaar de beginselen van de verwonderlijke wereld van de Deense grammatica en uitspraak probeerden bij te brengen.
Een kleine greep uit de gekke regels: de lidwoorden ‘de’ en ‘het’ verhuizen naar áchter het zelfstandig naamwoord als het van de onbepaalde naar de bepaalde vorm gaat (ja mensen, we gaan even de grammaticale begrippen afstoffen in deze column). Bijvoorbeeld:
Een huis = et hus
Het huis = huset
Een fiets = en cykel
De fiets = cyklen
Of een woord ‘de’ of ‘het’ krijgt, is afhankelijk van het geslacht van het woord, zoals je dat ook kent uit het Duits of Frans. Behalve dan dat een woord mannelijk of vrouwelijk kan zijn, of juist geen geslacht heeft. Een moderne vertaling: is het woord binair of non-binair?
Ook leuk aan de Deense taal is dat je de werkwoorden niet hoeft te vervoegen. Da’s lekker makkelijk, dus: ‘ik loop’, ‘wij loop’. Dan ben je snel klaar met het leren van de werkwoorden.
Tweeënnegentig?
Maar wat dan wel weer helemaal hopeloos is, is het Deense getallensysteem. En ik hoor je nu denken: “Nou, als wij in Frankrijk op de camping staan, is het ook wel weer even goed nadenken, hoor!”
Vergeet Frankrijk, mensen. Deense getallen zijn de foie gras van de Europese getallensystemen (en ja, dat zou hier voor het menselijk welzijn ook verboden moeten worden). Het is niet voor niets een regelmatig terugkerende internethype, waarbij mensen proberen het systeem te begrijpen. Voor de liefhebber: het heet het vigesimale stelsel.

Tweeënnegentig spreek je dus uit als: tooghalvfems.
Ik heb het opgegeven om de wiskunde erachter te leren en heb de getallen maar uit m’n hoofd geleerd. Zelfs mijn Deense kinderen stuntelen er onverminderd mee.
Mag ik een klinker kopen?
En dan heb ik het nog niet eens over het verschil tussen de geschreven en gesproken taal gehad. De helft van de letters wordt hier niet uitgesproken. Daar hadden we dan ook de meeste moeite mee in de taalklas. Wat hebben we gelachen als we allemaal ons best deden om die gekke Deense mompeltaal uit te spreken.
Uiteindelijk was het met mijn kennis van het Nederlands, Duits en Engels goed te doen om de taal te leren en spreek ik het inmiddels al jaren op moedertaalniveau.
Wel met een accent, maar inmiddels denkt men dat ik uit Zweden of van Bornholm kom. En daar ben ik best tevreden mee. Maar die ‘rødgrød med fløde’, rodebessenpap met ongeklopte slagroom, vind ik nog steeds niet te vreten.
Eleonore schrijft elke maand een column op Nordic Dutchman over haar leven in Denemarken. Abonneer je op onze nieuwsbrief om deze maandelijks in je mailbox te ontvangen.


1 reactie
Ik kom al sinds mijn kinderjaren in Denemarken en hou van dit land met hún prachtige meubel ontwerpers….