Een Zweeds stel dat eigenlijk alleen wat wormen zocht om te gaan vissen, is uitgekomen bij een van de spectaculairste archeologische vondsten van het land. In een bosje op Mörkö, een eiland bij Södertälje in de provincie Södermanland, ten zuiden van Stockholm, groeven zij vorig jaar een enorme zilverschat op. Nu krijgen de vinders daarvoor een recordvergoeding van vier miljoen Zweedse kronen, omgerekend ongeveer 365.000 euro.
De vondst heeft inmiddels de naam Hörningsholmsskatten gekregen. Volgens de Zweedse erfgoedautoriteit Riksantikvarieämbetet gaat het om de grootste muntschat die ooit in Zweden is gevonden. In totaal bestaat de schat uit 24.100 zilveren munten en 144 andere voorwerpen uit de Vikingtijd en vroege middeleeuwen. De staat heeft besloten de vondst in te lossen en betaalt daarvoor de hoogste vindersvergoeding die ooit in Zweden is uitgekeerd, meldt SVT.
De vinders ontdekten de schat in augustus 2025 toen ze bij hun zomerhuis op zoek waren naar metmask, oftewel regenwormen voor het vissen. Eerder meldde de provincie Stockholm al dat de vondst ongeveer zes kilo woog en vooral bestond uit zilveren munten, aangevuld met onder meer zilveren ringen, hangers en kralen. Alles lag samen in een koperen ketel, al was die ketel zelf veel slechter bewaard gebleven dan de zilveren voorwerpen.
Zeldzame bisschopsmunten
De munten dateren vooral uit de twaalfde eeuw. Sommige dragen de tekst KANUTUS, de Latijnse naam voor Knut. Ze worden in verband gebracht met koning Knut Eriksson, die aan het einde van de twaalfde eeuw over Zweden regeerde. Ook zitten er zeldzame zogenoemde bisschopsmunten tussen: middeleeuwse munten die in Europa namens een bisschop werden geslagen.
Voor Zweden is de vondst niet alleen spectaculair door de omvang, maar vooral door de historische waarde. De Hörningsholmsskatten kan onderzoekers meer vertellen over handel, economie en machtsverhoudingen in de vroege Zweedse middeleeuwen.
Vindersloon
De vinders handelden volgens de provincie precies zoals het hoort: zij meldden de vondst bij de autoriteiten. In Zweden zijn archeologische vondsten namelijk wettelijk beschermd. Wie een oud voorwerp vindt dat geheel of gedeeltelijk uit goud, zilver, brons of een andere koperlegering bestaat, moet de staat de kans geven het in te lossen tegen betaling. Dat geldt ook voor zogenoemde depotvondsten: meerdere objecten die vermoedelijk bewust samen zijn begraven.
De vergoeding van vier miljoen kronen moet volgens de Zweedse erfgoedautoriteit “redelijk” zijn: hoog genoeg om de eerlijke vinder niet te benadelen, maar niet zo hoog dat het schatgraven of plunderen aanmoedigt. En zo leverde een doodgewone zoektocht plotseling een plek in de Zweedse geschiedenisboeken op.
Bronnen: SVT Nyheter, Länsstyrelsen Stockholm.

