Hoe het is om in Zweden vader te worden
Onze kleine man is het resultaat van een grenzeloze liefde van een mama uit Zweden en een papa uit Nederland. Mama en kleine maken het goed (en papa ook).
De afgelopen maanden sprak ik voor deze site en mijn werk als correspondent Noordse landen met Nederlandse ouders die in Zweden een kind kregen. Ze vertelden over de verschillen met Nederland en bereidden me voor op wat me te wachten stond. De praktijk is altijd net iets anders.
Balletjes en puzzels
Onze jongen bleek wat benedengemiddeld klein in de buik. Niet zorgwekkend, zei het ziekenhuis, maar ze wilden de bevalling in week 40 inleiden. Dus vertrokken Lina en ik monter met een rolkoffer via metro en trein naar het ziekenhuis in het zuiden van Stockholm. Wel zo ontspannen, in plaats van al puffend in een auto of taxi te moeten stappen.

Daar begon het wachten. Lina kreeg pillen om de bevalling op gang te brengen. Dat kon dagen duren. We maakten er het beste van: keken een serie, ik maakte een Zweedse puzzel (hier gewoon puzzel) en we aten in het patiëntenrestaurant Zweedse gehaktballetjes (hier gewoon gehaktballetjes).
Op gezette tijden ging Lina aan de CTG: een apparaat dat de hartslag van de baby en de weeën registreert. Een stukje Hollandse glorie bovendien, want van Philips. In de dagen die volgden werd het vooral een bron van nachtmerries.

Paniek
Terwijl Lina rustte hield ik de monitor in de gaten. Plots zakte de hartslag van ons jochie flink. Nog geen paar seconden later stormde een team verpleegkundigen binnen. “Dokter, dokter!”, riep er een. Lina werd in een andere positie geholpen. De spanning was tastbaar.
Na een paar beklemmende, met tranen gevulde minuten schoot de hartslag weer omhoog. Opluchting.
Het personeel handelde snel en stelde ons gerust. Het paniekmoment gaf ons juist vertrouwen dat we in goede handen waren. Iemand knielde zelfs bij me neer en legde in het Engels uit wat er gebeurde. Mijn Zweeds is inmiddels heel aardig, maar ik heb niet dezelfde woordenschat als in het Nederlands of Engels, zeker niet op medisch gebied.
Ik vreesde vooraf dat ik door de taalbarrière belangrijke informatie zou missen. Die angst bleek onterecht: het Zweeds was goed te volgen en het personeel sprak over het algemeen moeiteloos Engels.

Altijd is Kortjakje ziek
Na dagen wachten ging het op zondagochtend plots snel. In een bad, onder een plafondlamp die sterren en maan projecteerde, kwam op 24 augustus om 13:01 onze jongen ter wereld. Zijn eerste huil klonk als muziek.
De grote heldin van dit verhaal, zijn moeder, kreeg hem direct in haar armen. Niet veel later mocht ik hem tegen mijn borst leggen. Even tellen: tien vingertjes, tien teentjes. Alles er op en eraan. Schrijven is mijn vak, maar woorden doen de magie van dat moment geen recht. Dus volg ik goed Zweeds gebruik: zwijgen.
Tussen mijn vreugdetranen door zong ik de Nederlandse slaapliedjes die hij in de buik al hoorde: Slaap kindje slaap, Slaap maar, Altijd is Kortjakje ziek. Hij keek nieuwsgierig zijn nieuwe wereld in.

Wel een nummer, geen naam
Uit de testjes bleek dat hij gezond was. Hartslag sterk en stabiel. Met 2,75 kilo en 48 centimeter klein, maar niet zorgwekkend. “Klein maar fijn”, zouden we in Nederland zeggen.
Verloskundige Heidi gaf hem direct een personnummer (vergelijkbaar met een BSN). Nog zonder naam had hij al een nummer. Via BankID (vergelijkbaar met DigiD) erkende ik hem kort daarna bij de belastingdienst als mijn zoon.
Alles bleek in orde en dat was een feestje waard. Heidi reed een karretje met traktaties, en Zweedse vlaggetjes de kamer in. Ik hoopte op een kaneelbroodje of andere zoet Zweeds baksel. Maar kreeg een broodje kaas, kop warme chocolademelk en kinderchampagne. Zweedse degelijkheid, het smaakte prima na intense uren.
Daarna was het natuurlijk tijd om het thuisfront te informeren. Even videobellen met zijn grote zus die in Brazilië met spanning wachtte op het verlossende nieuws. Ze kon niet trotser zijn. En ook berichtjes naar opa’s, oma’s, familie en vrienden met het blije bericht: ‘Hoera, onze kleine knul is geboren’.

Geen kraamzorg
Na vier dagen mochten we naar huis. Fijn, maar ook spannend. In Nederland wacht kraamzorg thuis op je, in Zweden bestaat dat niet. Zodra je het ziekenhuis uitloopt, sta je er alleen voor.
Dat was best pittig, maar ook leerzaam. We moesten het met z’n tweeën uitzoeken, en dat maakte die eerste dagen intiem. Er is geen vreemde die in je huis rondloopt en vertelt wat te doen. Goed beschouwd zou dat ook dwars ingaan tegen alles wat de Zweden voor staan: persoonlijke ruimte heeft hier een hogere waarde dan goud.
Toen we het ritme en de huiltjes van ons mannetje leerden kennen, groeiden we langzaam in ons nieuwe leven met hem. We werden snel zelfredzaam, en vanaf week twee liep het al een stuk soepeler.

Beschuit met muisjes
Nog diezelfde week stond er hoog bezoek uit Nederland op de stoep. Mijn ouders waren direct na de geboorte, en met een tas vol Nijntje en Little Dutch cadeautjes, in de auto gestapt en naar Stockholm gereden om hun kleinzoon te bewonderen. Een bijzonder moment, voor hen en voor mij. Dit soort momenten wil je delen met familie en vrienden, wat door de afstand niet vanzelfsprekend is.
Terwijl een trotse oma de kleine vasthield, serveerden we de beschuit met muisjes die mijn ouders eerder die zomer meebrachten. Het leek me leuk om ook de Zweden hiermee kennis te laten maken, maar ze lopen vooralsnog niet warm voor het anijsgoedje. Op een enkeling na namen de meesten één beleefde hap en lieten de rest liggen. Het lijkt er niet op dat deze Nederlandse traditie hier voet aan de grond krijgt.

Van nummer naar naam
Zweden doet ook niet aan geboortekaartjes. Maar volgens goed Nederlands gebruik wilde ik deze traditie in ere houden. Alleen: op een kaartje hoort een naam. En die hadden we nog niet.
In Nederland moet je binnen drie dagen een naam doorgeven, in Zweden heb je drie maanden. Niet gek dus dat vooral Nederlanders er steeds naar vroegen. Lina hoorde de vraag in Zweden zelden. Zoals zoveel dingen hier hoeft het niet snel. Haastige spoed is zelden goed. Toch hadden we na een week niet één, maar twee namen.
Over de tweede naam waren we het snel eens. Deze kwam voort uit Lina’s kerstliefde. Zoals voor veel Zweden is kerst ook voor haar het absolute hoogtepunt van het jaar. Ze heeft mij inmiddels ook met dit kerstvirus besmet. Om de magie en gezelligheid het hele jaar met ons mee te dragen, kozen we voor het aan kerst verbonden Noel.
De eerste naam moest zowel in Nederland als Zweden goed werken. Eén naam voldeed daaraan, stond al maanden hoog bovenaan ons lijstje én had een bijzondere betekenis. In 2016 overleed mijn broer Matthijs na een lang ziektebed, maar niet voordat hij zijn droom waarmaakte: het schrijven van een kinderboek. De held in dat boek, Het Spiegelmysterie, is de lichtbrenger Samuel. Zijn verhaal gaat nu door in onze zoon Samuel Noel. Roepnaam: Sam.
Het kaartje kon gedrukt en verstuurd. Deze viel bij onze Zweedse vrienden en familie aanzienlijk beter in de smaak dan de beschuit met muisjes. Wellicht krijgt deze Nederlandse traditie wél navolging?

Wordt vervolgd
Onze eerste weken als papa en mama van deze NederZweed zitten erop. Kleine Sam doet alles volgens het boekje: slaapt, eet, poept en plast veel. En kijkt met grote ogen naar de wondere Zweedse wereld om hem heen.
En ook al lijkt hij er nog niet veel van mee te krijgen, we praten al volop met hem en lezen hem voor. Lina in het Zweeds, ik in het Nederlands. Ook plannen we ons eerste bezoek aan Nederland. Zo hopen we hem het beste van de twee culturen mee te geven.
Op deze site zal ik je in mijn columns regelmatig op de hoogte houden van hoe dat gaat. Abonneer je op de nieuwsbrief (klik hier) en volg me op Instagram om hiervan op de hoogte te blijven.
Meer emigratieverhalen vind je op de emigreren naar Zweden pagina.

