Column | Bas van Brecht 🇸🇪 – Pikante WK wedstrijd Nederland- Zweden
Bas van Brecht is een Nederlander in Zweden. Oprichter van The Nordic Dutchman en vader van Anna en Sam. Hij struint bossen, meren en bergen af op zoek naar verhalen, maar ligt net zo lief op de bank met een Scandinavisch boek of de nieuwste Nordic noir. In deze column deelt hij zijn bevindingen.
De spanning stijgt, de messen worden geslepen en de vrede bij ons in huis staat onder grote druk. Het WK voetbal staat namelijk op het punt van beginnen, met in de tweede ronde een wel heel pikant duel: Nederland – Zweden.
Voor mij is het simpel. Ik juich voor Nederland. Voor mijn lief is het minstens zo duidelijk: zij juicht voor Zweden. Gelukkig voor mij zijn we tijdens de wedstrijd in Nederland, dus ik heb in elk geval het thuisvoordeel. Maar hoe dan ook zal er iemand teleurgesteld zijn. Of allebei een beetje, als het een gelijkspel wordt.
Toch: als ‘onze jongens’ dit WK dan toch van iemand moeten verliezen, dan maar van Zweden. En niet alleen omdat Zweden inmiddels mijn tweede land is. Mijn liefde voor het Zweedse voetbal gaat al veel verder terug. Naar de zomer van 1994, om precies te zijn.
Net als nu werd het wereldkampioenschap voetbal dat jaar in Amerika gespeeld, en net als nu waren Nederland en Zweden allebei van de partij.
Het werd mijn eerste echte kennismaking met de Zweden, en als tienjarig jochie was ik onder de indruk. Het mooie felgele shirt met de blauwe broek, de met vikinghelmen getooide fans op de tribunes en bovenal: een geweldig voetballende ploeg. Dat mijn grote idool Henrik Larsson, met zijn indrukwekkende dreads, deel uitmaakte van die selectie, hielp zeker mee.
Die zomer veroverde Zweden de wereld met een swingend elftal. Het werd een van mijn favoriete landen van het toernooi. Bijna kwam ik zelfs voor een pijnlijke keuze te staan. Als de Nederlandse droom in de kwartfinale niet hardhandig aan diggelen was geschoten door de Braziliaan Branco, dan hadden ‘wij’ de Zweden in de halve finale getroffen. Misschien is het maar goed dat het niet zover is gekomen. Dat scheelt weer een groot trauma in onze onderlinge voetbalgeschiedenis.
In de toernooien die volgden bleef ik Zweden volgen, zeker nadat ik mijn Zweedse lief ontmoette. Maar zo goed als in 1994, toen Sverige brons pakte, werd het nooit meer. Het is niet voor niets dat hun WK-lied van dat jaar, När vi gräver guld i USA, uitgroeide tot een regelrechte klassieker. Hun Wij houden van Oranje, zeg maar.
Maar nostalgie wint geen wedstrijden, en richting dit WK was er weinig reden voor Zweeds optimisme. Lange tijd leek het erop dat geel-blauw dit toernooi helemaal niet aanwezig zou zijn in Amerika. Met één schamel punt eindigde Zweden onderaan in de kwalificatiegroep, maar via een ontsnappingsroute bereikten ze toch nog het WK.
De afgelopen weken was ik in Nederland én Zweden. Daardoor kon ik het verschil in beleving goed zien. In Nederland liggen de supermarkten vol oranje vla, oranje chips, oranje koeken en oranje shirts. Er kunnen juichjacks worden gespaard en aan de huizen verschijnen langzaam steeds meer oranje vlaggetjes. In Zweden lijkt het ondertussen alsof men vergeten is dat het land meedoet aan een van de grootste sporttoernooien ter wereld.
Ook in de media is er nog weinig enthousiasme. Het chagrijn overheerst. Het WK-lied is niet enthousiast genoeg en te weinig origineel, de selectie klopt niet en na een kansloos verloren oefenduel tegen buurland Noorwegen is de WK-koorts gedaald tot het nulpunt.
De omstandigheden helpen dus niet mee, maar ook bij eerdere toernooien was van de voor ons Nederlanders zo bekende WK-gekte weinig sprake in Zweden. Ik heb hier meegemaakt dat ik tijdens Duitsland – Zweden in 2018 als enige in een Zweeds shirt in een café zat. Waar in Nederland op een wedstrijddag de oranjekoorts al ver voor de aftrap voelbaar is, is het in Zweden vaak gewoon een dag als alle andere.
En zo komen die twee voetbalwerelden straks samen in onze huiskamer. Op 20 juni, de dag na midzomer, zitten we met ons gezin voor de buis. Ik juich voor Nederland, mijn lief voor Zweden. Maar voor wie moet ons negen maanden oude NederZweedje Sam juichen? ‘Helaas’ heeft hij geen Zweeds shirtje in zijn maat, dus papa hult hem in ieder geval toch echt in het oranje.
Maar wat de uitslag ook wordt: hij wint sowieso. Dat is dan weer het voordeel van kind zijn van twee nationaliteiten.
Bas schrijft elke maand een column op Nordic Dutchman. Abonneer je op onze nieuwsbrief om deze maandelijks in je mailbox te ontvangen.

