Een ziekenhuis, een concertgebouw, een woonwijk en twee Deense kliffen vol oeroude vissen. Finland en Denemarken hebben er nieuw UNESCO-werelderfgoed bij.
Belangrijkste punten in dit artikel:
- Finland en Denemarken hebben nieuw UNESCO-werelderfgoed: de Aalto Works en twee Deense kliffen.
- De Aalto Works bestaan uit dertien gebouwen en vertellen het verhaal van humanistisch modernisme in de architectuur.
- De kliffen bij Limfjord bevatten fossielen en aarde die cruciaal zijn voor onderzoek naar de ontwikkeling van moderne vissen.
- De UNESCO-status trekt meer bezoekers aan, waarvoor musea excursies en begeleide fossielenjachten organiseren.
- Daarnaast illustreren deze sites de diversiteit van werelderfgoed: architectuur versus natuurlijke geschiedenis.
De Finse Aalto Works bestaan uit dertien gebouwen en complexen die samen één architectuurverhaal vertellen. De Deense inschrijving bestaat uit twee kliffen die samen het verhaal van het leven op aarde vertellen. Of eenvoudiger gezegd: Finland levert de gebouwen, Denemarken de fossielen.
Eerst even: wie was Aalto?
Alvar Aalto was een van de bekendste architecten en ontwerpers van Finland. Zelfs als zijn naam niet direct een belletje doet rinkelen, heb je zijn meubels, lampen of beroemde golvende glazen vazen misschien weleens gezien.
Aalto werkte nauw samen met de architecten en ontwerpers Aino Aalto en Elissa Aalto, die ook zijn echtgenotes waren. Hun invloed op de gebouwen en interieurs was groot. UNESCO spreekt daarom bewust over het werk van Alvar, Aino én Elissa Aalto.
Samen ontwikkelden zij een warmere en menselijkere vorm van moderne architectuur. In het modernisme draaide het vaak om rechte lijnen, sobere vormen en vooral veel functionaliteit. De Aalto’s vonden dat een gebouw óók prettig moest voelen.
Ze gebruikten veel hout, natuurlijk licht, ronde vormen en materialen die aansloten bij het Finse landschap. Daarbij dachten ze steeds na over de mensen die het gebouw uiteindelijk zouden gebruiken.
Dat wordt humanistisch modernisme genoemd. Een ingewikkelde term voor een vrij eenvoudig idee: ontwerp niet alleen een mooi gebouw, maar vooral een plek waarin mensen zich goed voelen.
Dertien hoofdstukken van hetzelfde verhaal
De dertien Finse locaties liggen verspreid over het land. UNESCO ziet ze als hoofdstukken uit hetzelfde boek. Samen laten ze zien hoe de ideeën van de Aalto’s werden toegepast op wonen, werken, onderwijs, gezondheidszorg, cultuur en openbaar bestuur.
Een goed voorbeeld is het sanatorium van Paimio. Dit ziekenhuis werd in de jaren dertig gebouwd voor tuberculosepatiënten. Bij het ontwerp werd niet alleen gekeken naar wat artsen nodig hadden, maar juist ook naar de patiënten. Licht, kleuren, uitzicht, meubels en de indeling van de kamers moesten bijdragen aan rust en herstel.
In Sunila bij Kotka ontwierp Aalto geen opvallend monument, maar een complete woonomgeving voor medewerkers van een cellulosefabriek. De huizen en appartementen werden tussen het groen geplaatst, zodat bewoners niet het gevoel kregen in een grauwe fabriekswijk te wonen.
Finlandia Hall in Helsinki laat weer een heel andere kant van het werk zien. Het grote concert- en congresgebouw werd een van de bekendste blikvangers van de Finse hoofdstad.
De volledige reeks bestaat uit:
- vijf locaties in Helsinki: het huis en atelier van Aalto, Finlandia Hall, het hoofdkantoor van pensioeninstelling Kela en het Kulttuuritalo;
- drie locaties rond Jyväskylä: het gemeentehuis van Säynätsalo, het experimentele zomerhuis van Muuratsalo en de Aalto-campus van de universiteit;
- het sanatorium van Paimio, het bestuurscentrum van Seinäjoki, de woonwijk Sunila in Kotka, Villa Mairea bij Pori en de Driekruisenkerk in Imatra.
Samen vormen ze de Aalto Works, de achtste Finse inschrijving op de UNESCO-werelderfgoedlijst. Volgens UNESCO laten de gebouwen zien hoe Finland moderne architectuur gebruikte om de samenleving en het dagelijks leven van mensen te verbeteren.
Deense kliffen als geschiedenisboek
In Denemarken gaat het nieuwe werelderfgoed veel verder terug. Niet tientallen of honderden jaren, maar ongeveer 56 miljoen jaar.
Het gaat om Hanklit op het eiland Mors en Knudeklint op het eiland Fur. Beide liggen aan de westelijke Limfjord in het noorden van Jutland. De kliffen bestaan voor een groot deel uit moler: een bijzondere, lichte aardlaag die is gevormd uit klei en de resten van microscopisch kleine algen.
Tussen die aardlagen lopen meer dan tweehonderd donkere strepen van vulkanische as. Ze stammen uit de periode waarin Groenland en Europa uit elkaar begonnen te bewegen en de noordelijke Atlantische Oceaan ontstond.
In dezelfde lagen zijn uitzonderlijk goed bewaarde fossielen gevonden. Niet alleen van vissen, maar ook van zeeschildpadden, vogels, insecten en planten.
Waarom zijn die oude vissen zo belangrijk?
Ongeveer 66 miljoen jaar geleden stierven de dinosauriërs en veel andere soorten uit. Daarna ontstond ruimte voor nieuwe dieren om zich te ontwikkelen. De fossielen bij de Limfjord laten zien hoe moderne beenvissen zich in de miljoenen jaren daarna verspreidden en aanpasten.
De kliffen bewaren resten van meer dan tachtig vissoorten. Sommige daarvan zijn verre voorlopers van vissen die we tegenwoordig nog kennen.
De aardlagen vertellen bovendien iets over een periode waarin de temperatuur op aarde plotseling sterk steeg. Door te onderzoeken welke planten en dieren verdwenen, overleefden of veranderden, kunnen wetenschappers beter begrijpen hoe leven reageert op snelle klimaatverandering.
De kliffen zijn dus niet alleen mooi om te zien. Ze vormen een geschiedenisboek van steen waarin iedere laag een nieuwe bladzijde is. Volgens UNESCO behoren Hanklit en Knudeklint tot de belangrijkste plekken ter wereld voor onderzoek naar de vroege ontwikkeling van moderne vissen.
Meer bezoekers en begeleide fossielenjachten
De nieuwe status trekt nu al extra bezoekers. Kort na de bekendmaking telde een medewerker van Fur Museum op een bewolkte zaterdag dertig tot veertig mensen bij Knudeklint. Normaal gesproken komen er op zo’n dag hooguit een handvol.
Fur Museum wil daarom uitgebreidere excursies organiseren voor bezoekers die meer over de fossielen en aardlagen willen leren. Er wordt gedacht aan begeleide fossielenjachten met een geoloog en aan boottochten langs de kliffen.
Dat betekent overigens niet dat iedereen voortaan met een hamer stukken werelderfgoed mag losbikken. De kliffen moeten juist beter worden beschermd. De musea willen bezoekers onder begeleiding laten ontdekken waarom het gebied zo bijzonder is.
Er komt extra geld voor de musea op Fur en Mors, Fur Museum wil een extra geoloog aannemen en een speciale beheerder moet erop toezien dat de UNESCO-regels worden nageleefd. DR verwacht dat de werelderfgoedstatus vooral meer toeristen met interesse in geologie en fossielen zal aantrekken.
Twee heel verschillende Noordse verhalen
De nieuwe toevoegingen laten mooi zien hoe breed het begrip werelderfgoed eigenlijk is.
In Finland gaat het om gebouwen waarin architectuur werd gebruikt om het leven van gewone mensen aangenamer te maken. In Denemarken gaat het om kliffen die laten zien hoe het leven op aarde zich na een massa-uitsterving opnieuw ontwikkelde.
Het ene werelderfgoed vertelt hoe mensen beter wilden leren wonen, werken en herstellen. Het andere hoe vissen zich miljoenen jaren geleden aan een veranderende wereld aanpasten.
De ene dag zit je in een door Aalto ontworpen stoel. De volgende kijk je naar een vis die al 56 miljoen jaar geen vin meer heeft verroerd. Veel veelzijdiger wordt een Noordse erfgoedreis niet.
Bronnen: Yle over de Aalto Works, Yle over Sunila, DR over de Deense kliffen, DR over de fossielenjachten en UNESCO over de Aalto Works en fossielen van de westelijke Limfjord.
Het laatste opmerkelijke nieuws uit het hoge noorden in je mailbox ontvangen? Abonneer je op onze nieuwsbrief:


